Italiaanse schoenen, een musthave?

Of: Hoe een bezoek aan een schoenenoutlet ons laat reflecteren op het Rijnlands of Angelsaksisch organiseren!

Augustus 2014. We verblijven nog een paar dagen in Marche, een van de mooi(st)e Italiaanse provincies. Marche herbergt tot grote vreugde van mijn vrouw hét centrum van de Italiaanse schoenenindustrie. Met outlet. Die gaan we dan ook eens bezoeken.

De Italiaanse schoenenindustrie kent een lange traditie met vele familiebedrijven en heeft zich doorontwikkeld tot een bedrijfstak die internationaal naam en faam heeft verworven. Italiaanse schoenen staan voor stijl en kwaliteit. Die wil je toch hebben? (Als ze al passen… de Nederlandse voet is veelal niet geschikt, maar dat terzijde.)

De Marche-schoenenindustrie kende van oorsprong geen industriële (en dus Angelsaksische) processen. Voor de oplettende lezer: Italië maakt geen deel uit van het Rijnlands gebied maar kent wel degelijk het Rijnlands organiseren. Zeker de “autonomi”, de kleine zelfstandige bedrijven. Van oorsprong is de schoenenindustrie juist een schoolvoorbeeld van Rijnlands organiseren: nadruk op vakmanschap, het opleiden via gildes, veel aandacht voor kwaliteit en stijl. Familiebedrijven met vaak weinig vast personeel.

Vanaf circa 1850 transformeerden de individueel werkende schoenmakers zich tot eigenaars van gerespecteerde schoenateliers; er werd echter gewerkt met zeer kleine productieaantallen. Er werd kwaliteit geleverd. Met positieve gevolgen voor Marche: de regio kwam tot bloei. Rond 1970 bestonden er in Marche bijna 3.000 hooggespecialiseerde fabriekjes, vooral “autonomi”, het midden – en klein familiebedrijf!

kaart marcheDe ‘globalisering’ ging ook niet ongemerkt aan de provincie Marche voorbij en het Angelsaksisch denken en het schoenenambacht werd meer en meer een industrie. Kleine schoenenfabrieken werden overgenomen, gingen failliet of ontwikkelden zich juist tot beursgenoteerde bedrijven. Inmiddels zijn er in Marche, met name rond de kust rondom ‘Civitanova’ en ‘Porto Sant ’Elipidio’ nog steeds een groot aantal fabrieken. De arbeiders komen uit Italië maar ook van ver: er werken inmiddels veel Chinezen, die ook zelf weer fabrieken zijn gestart. Daarmee deden ook de goedkopere (en daarmee vaak mindere kwaliteits-) schoenen hun intrede in Italië.

Andere voorbeelden zijn er ook. Filippo Della Valle startte begin 1900 een kleine schoenenfabriek. Handgemaakte kwaliteitsschoenen. In de jaren ‘70 kwam de kleinzoon van Filippo aan het roer: Diego. Deze bouwde de fabriek uit tot een wereldwijd concern Tod’s SpA met verschillende merken zoals Tod's en Hogan maar ook een aantal beter betaalbare merken. Het Angelsaksisch organiseren deed zijn intrede: er kwamen aandeelhouders, Tod’s en Hogans werden naar beurs gebracht, een gerichte marketingstrategie werd gestart en er vond beheersing van processen plaats. Wie niet beter weet zou zelfs denken dat Tod’s en Hogans Amerikaanse schoenen zijn.

Gelukkig bleef een aantal Rijnlandse kenmerken bestaan: de focus op schoenen (“schoenmaker blijf bij je leest”), het leveren van unieke producten en kwaliteit en het bieden van exclusiviteit. Maar vooral het continueren van handwerk in de productieprocessen. Het hoofdkantoor is nog steeds in Marche gevestigd en de Italianen staan stevig aan het roer, waaronder een groot aantal Della Valles. Als werkgever zorgt Tod’s voor zijn mensen: Tod’s was een van de eerste Italiaanse bedrijven met een eigen fitness en kinderopvang.

In de outlet van Tod’s dachten wij onze slag wel te kunnen slaan. Wij niet alleen. De parkeerplaats stond vol met auto’s met Italiaanse kentekens. Geen Nederlands nummerbord te zien. Eenmaal binnen ontwaarden we een zeer strakke moderne inrichting, veel keurig gekleed personeel en uiteraard heel veel schoenen en tassen met fikse kortingen. Helaas nog steeds zeer stevig geprijsd. Mijn vrouw schatte in dat een koopje slaan niet zou lukken. De Italianen denken daar anders over. Met gemiddeld 2 á 3 tassen aan de armen verlieten zij weer verheugd de outlet. De gemiddelde Italiaan rijdt om voor design en kwaliteit en is ook bereid daarvoor te betalen.

Voor ons was het in ieder geval een leerzame ervaring. Hoe creëer je een succesvolle combinatie van Rijnlands en Angelsaksisch organiseren?

Of het met name Rijnlands organiseren nu dé succesfactor was voor de Italiaanse schoenenindustrie is lastig te zeggen. Het heeft hen in ieder geval geen windeieren gelegd. Maar het heeft ook een keerzijde: kwaliteit en handwerk kosten geld en dat moet betaald worden en dat maakt deze schoenen helaas voor een grote groep minder toegankelijk. Is Angelsaksisch organiseren dan de oplossing? Of juist niet? Wat is de goede mix? Is het tijd voor het Rijnlands Model 2.0 of het Angelsaksisch Model light? Hoe zorgen we er samen voor dat vakmanschap weer meesterschap wordt. En krijgt de vakman meer zeggenschap over zijn eigen werk maar kan hij daar tegelijkertijd wel ook op worden aangesproken? Hoe zorgen we er voor dat managers meer de regiefunctie krijgen en de lijnen aangeven maar de exacte invulling overlaten aan de professional zelf over laten.

Het blijft een mooie zoektocht (ook naar passende schoenen overigens). De meeste mensen zijn of opgeleid en opgegroeid in het Rijnlandse of het Angelsaksische Model en zullen zich dus de principes van de “ander” eigen moeten maken. Voordat het zover is, moeten er nog heel wat schoenen versleten worden.

Ik ben benieuwd wat jij daar van vindt. Laat gerust je reactie achter.

2 Responses

  1. Beste,
    Ik zou graag eens deze streek Marche bezoeken..wij willen ons specializeren in Italiaanse schoenen en hier las ik dat de Marche idd het Italiaanse centrum is van de schoenen industrie. De bedoeling is eigelijk Stocks of einde reeksen op te kopen aan een goede prijs en deze te verzenden naar een Aziatisch land die nu overstelpt wordt door Chinese schoenen van bedenkelijke kwaliteit.
    Op dit moment kopen wij in Napels op een openbare markt..maar das al een heel eind rijden en we kwamen te weten dat zij ook opkopen in deze streek.
    Zou U mij kunnen helpen met onze zoektocht? Waar beginnen we best? Waar zijn de meeste fabriekjes, ateliers gelegen?

    Een beetje info zou al welkom zijn,

    Mvg,
    Boucquez J.

    • Dag Johnny,
      Nu zijn wij zeker geen experts op het gebied van schoenen en de markt in La Marche maar de grootste schoenenindustrie daar zit toch vooral in en rond Civitanova Marche en Sant’Elpidi bij Ancona. Daar zitten ze vooral. Ik adviseer je om contact op te nemen met het Italiaans verkeersbureau of andere organisaties in Nederland die daar meer van weten. Veel succes!

Leave a comment