Kleurrijk leiderschap: soms is meer nodig

“Jullie komen nu heel dicht bij mijn irritatiegrens! Mond dicht of ik zet jullie eruit”. Het is muisstil. Erachteraan volgt dat “we niet in de klas zitten en in discussie kunnen gaan met de leerkracht. Bij defensie gaat het er anders aan toe. Daar doe je wat je meerdere zegt en anders einde oefening!”

De grote infanterist in uniform vervolgt zijn verhaal. Met passie vertelt hij over zijn beroep en de opleiding. In pubertaal. Wat op zich al heel knap is. Nog twee keer onderbreekt hij zijn verhaal om de pubers aan te spreken. Schakelt razendsnel van stijl én toon. Aan het eind van zijn verhaal nodigt hij de keetschoppers uit vooral te solliciteren zodat hij ze wat discipline kan bijbrengen.

Ik zit ietwat trillend op mijn stoel. Onder de indruk van deze wijze van directe feedback. “Heel duidelijk en terecht” concludeert mijn Puberella, 14 jaar oud, met wie ik de beroepenavond op haar middelbare school bezoek. Het rood-blauwe leiderschap dat deze militair liet zien, sprak haar wel aan.

Niet iedereen is daar zo blij mee. Veel teams met wie ik werk hebben er een afkeer van en spreken vaak met afschuw over deze wijze van communiceren. Direct, confronterend. De hiërarchie is duidelijk, de regels zijn helder. Houd je je daar niet aan, dan volgt sanctie. Besluiten worden snel en daadkrachtig genomen en doorgevoerd. Iets wat in veel organisaties overigens nog niet zo lukt maar dat terzijde.

Bij defensie zijn ze daar wel aan gewend, deze vorm van leiderschap. Sterker nog, het is de enige effectieve stijl, volgens mij. In situaties waar iedere seconde telt, levens op het spel kunnen staan of gevaar drijft, is het zaak dat je snel handelt en instructies bijna blind opvolgt. Stel dat elk bevel eerst door de consensusronde heen moet? Of dat de officier eerst gaat onderzoeken vanuit welke hoek ze het beste kunnen schieten? Dat schiet letterlijk niet op.

De militair sluit zijn verhaal af met “ We kunnen je binnen defensie heel veel leren maar je moet er ook mee om kunnen gaan anders krijg je het erg zwaar”. En daarmee slaat hij de spijker op zijn kop.

Want hoe nodig deze stijl ook is, niet iedereen wil dit en kan dit dus leren. Als je intrinsieke drijfveren zo anders zijn dan deze vorm van leiderschap van je vragen, dan moet je je echt afvragen of je er wel past. Of je dat wel wil.

Het intrigeert me wel. Wat doet deze stijl met je en wat doet een uniform met je? Is er wel sprake van rood-blauw leiderschap? Of kleur ik defensie nu verkeerd?  Ik duik wat dieper in hun leiderschapsvisie.

Ik lees “drijfveren, karakter, authenticiteit”. Er is veel aandacht voor de mens achter het uniform, voor het team en de onderlinge samenwerking. Ik lees ook dat er rollen als manager, coach, vakman én leider worden verwacht. Die moet stimuleren, motiveren, innoveren, direct kan confronteren en snel kan besluiten. Die bevelen moet geven en moet opvolgen, ook al is hij er niet altijd mee eens.  Dat vraagt dus heel wat meer kleuren en drijfveren dan alleen rood-blauw.

De visie straalt uit dat leiderschap niet zomaar te leren is, dat niet zomaar een trucje is. En zo is het maar net. Alle drijfveren hebben hun eigen vorm van leiderschap. Dat is altijd goed mits het ook de door de omgeving gevraagde en noodzakelijke stijl is. En of jij die kan en wil leveren? Dat begint op wilsniveau. Je eigen drijfveren dus.

Fijne dag!

Gabriela

Ps. Wil jij weten welk type leiderschap jou aanspreekt of welk type leiderschap jij zelf het liefste toont? Laat je drijfveren eens in beeld brengen. Dat kan via de Profile Dynamicsanalyse. 

No Comments Yet.

Leave a comment